Arcteren: onbetaalbaar goud
Mijn dag begint precies met het verkeerde been uit bed. Dat kreeg ik pas door toen lief de badkamer binnen denderde terwijl ik nog even wat spiegeltijd nodig had. De deur zat dicht, check, dat zou toch genoeg moeten zeggen. Hij nam zonder woorden de badkamer over. En toen ik bloot de was aan het vouwen was in de koude slaapkamer, wachtend op míjn douchemoment, realiseerde ik me dat ik het totaal uit handen had gegeven. Zomaar zonder slag of stoot de badkamer overgedragen aan een man met een te groot ochtendego.
Wat is hier aan de hand? Ik noteer. Allertheid eigen ruimte: 0 points.
Ego begint over een vogelhuisje dat ik dit voorjaar had opgehangen onder het balkon. Dat ging eraf. Hij liet zich niet meer wekken door een luidtimmerend gehak van opgewekte vogelbekjes die evenveel zin in de lente hebben als ik. Waarop ik chagrijnig roep: doe je dan meteen wat aan de vuilniswagen die hier om 7 uur 's ochtends mijn dag verruïneert en kap gelijk alle bomen in onze tuin, want wat een lawaai in de herfst van vallende eikels en kastanjes. En gooi gelijk de ijsbaan vol met zand, want die kikkers kan ik niet meer horen. En leg de buurvrouw om die elke dag voor zonsopgang op het kruispunt haar loslopende niet luisterende dalmatiërs, die altijd dezelfde namen krijgen, machteloos bij zich schreeuwt. En gooi een kussen op mijn mond voor als ik snurk.
Ik fluister: zullen we in de woestijn gaan wonen en ons ingraven?
Samenleven is niet zo eenvoudig, als je met een lichtgehoorgeirriteerde samenwoont.
Ik sluit me op in mijn werkkamer. Deur dicht, rustgevende muziek aan. Adem in adem uit. Ik begin te schrijven. Dat heb ik nodig, want het woedt in mij. Eén vinger en ik ga schieten.
Gestommel op de bovengang en mijn deur vliegt open. De deur zat dicht, dat zou toch genoeg moeten zeggen. Niet-zo-lief lawaait mijn kamer binnen, "zullen we...", om zich halverwege om te draaien "...ik ga eerst ff naar de wc". Ik ben verbluft, verbijsterd en staar zo nog 5 minuten richting deur. Wat is hier aan de hand? Ik noteer. Verbijstering: 10 points. In zijn tweede poging zie ik wat schichtige blikken en terecht, want mijn ogen spuwen vuur. Of we NU koffie zullen gaan drinken.
Voor mij is het duidelijk. Dit is zo'n dag. Het overkomt me niet zo vaak. Maar vandaag is het zo één. En reken maar, alles wat gezegd wordt valt precies verkeerd. En ik ga NIET mijn best doen om er het beste van te denken.
Ik schrijf verder en de boosheid maakt plaats voor tranen. Tuurlijk. Dat kunnen we er ook nog wel bij hebben. Heb je mijn schouders gezien. Puh. En dan nog 10 keer breder. Daar past Egypte, Suriname en de godganse goegemeente nog wel bij.
Gelukkig kan ik nog schrijven. Dat geeft me genoeg innerlijke veerkracht om me door een klus te worstelen tot het eindelijk lunchtijd is. Wat een wijsheid dat er een fenomeen bestaat dat eten heet. Alle agressie op die kaken. Gooi er maar in, kauwen en knarsen. Even wordt het stil in mij en neemt het eten me in beslag, terwijl ik naar de buitenkou en naar een loslopend onbekend leuk hondje kijk. Jong, zwartwit gevlekt, Border Collie.
Een boterham en een half uur verder ben ik klaar om bij het vakantiepark van de buren een ruimte te bekijken waarin ik systemisch werk wil gaan doen. En daar staat het hondje weer, voor de afstap van onze veranda. Zijn koppie schuin. "Waar is je baasje?" Het leek me wel duidelijk: weg kwijt en baasje zoek. We waren meteen maatjes. Hij liep zomaar met me mee naar de buren, angstig de staart tussen zijn benen. De buren hadden een halsband en zo kon ik met hem naar de andere kant van het dorp wandelen, waar de dierenarts praktijk houdt. Onderweg sprak ik elke losse burger die ik tegenkwam aan. "Kent u deze hond?" En 'goh, wat leuk, als ik 'zit' zeg, met mijn vingers knip en wijs gaat ie zitten. Even een paar keer uitproberen'. Ondertussen hadden we allebei haast. Zodra ik buiten adem raakte (wie- liet-nou-wie-uit en ze-zullen-wel-denken) stond ik stil, keek hondje mij schuin angstig aan (wat-moet-ze-nu-weer,-we-gingen-toch-baasjes-zoeken): 'zit', knip vingers, wijs. Ik noteer. Ik ben de baas: 8 points.
Wat een uitvinding zo'n chip. Het hondje stond geregistreerd, met een 06 nummer. Loek! Ik dacht de hele weg dat het een vrouwtje was. En had nog geen reden aan te nemen dat het anders was. En ik had nog niet gekeken hoe het er van onderen uitzag. Is ook niet het eerste dat in mij opkomt als ik een verdwaald hondje tegen kom. De dierenartsenpraktijk had al snel de juiste 06-persoon aan de andere kant van de lijn. De baasjes waren al uren aan het zoeken in het bos aan de andere kant van de weg. Ze kwamen er zo snel mogelijk aan. Met een kop koffie zat ik nog even alleen met Loek in de wachtkamer. Je krijgt toch een band. Nou Loek, je baasje komt er aan. Ik noteer. Voert gesprek met hond (m): 3 points.
Twee blauwe auto's (vrouwen weten altijd de kleur, minder vaak het merk), reden de parkeerplaats op en Loek zou het liefst door het raam heen springen. Blije, niet meer zo bange hond. Gevonden! Mijn mooiste cadeau was om te zien hoe ze elkaar dolgelukkig, stralend en enthousiast kwispelend in de armen vielen. Ik noteer. Hier word ik blij van: 22 points.
Op de terugweg, een lege hondenriem in mijn ene hand en een gelukkige lach in mijn andere realiseerde ik me dat deze lieve, haastige, speelse en angstige hond mij wat te vertellen had. Ik ben hier om de weg te wijzen. Om een ander weer 'thuis' te brengen. En daar word ik heel gelukkig van. En zodra ik daarvan wegloop word ik angstig, moe, ongeduldig, boos en/of verdrietig. Ik hoef alleen maar (mezelf) te zijn en te faciliteren. Mijn talenten gebruiken voor wat er zich aandient. Dan is het veilig. Dan is het goed. Tja, bij de loodgieter lekt het, én hij is een vakman.
Als je wilt vind je in alles een boodschap. Je hoeft alleen maar te kijken, te voelen of te luisteren. Loek was mijn reddingshond. Zoals ik zijn arcteur was.
Ik noteer. Arcteren: onbetaalbaar goud.
|